Dit is de plek waar de geschiedenis van de Heerink-boerderij stap voor stap tot leven komt. Niet alleen als een verzameling jaartallen en oude documenten, maar als een verhaal over een erf, een naam, een familie en de mensen die hier door de eeuwen heen hun leven hebben opgebouwd. Het loopt door verschillende tijden heen: van middeleeuwse vermeldingen en oude erven tot families, boerderijen, land, werk, veranderingen en herinneringen die tot vandaag bewaard zijn gebleven.
Door voortschrijdende inzichten kan het zijn dat onderdelen inhoudelijk en of tekstueel door de tijd heen aangepast worden. Excuses hiervoor. Maar tevens geeft het ook de dynamiek van de website weer die, zoekende naar optimalisatie, steeds weer nieuwe informatie krijgt aangeleverd.
1326 Het begin van de boerderij Heerink
Inmiddels is helder en duidelijk dat het allereerste begin van de boerderij begint bij 1326. De eerste vernoeming in het leenregister maakt duidelijk dat de boerderij er inmiddels meer dan 700 jaar staat. De zoektocht hoeveel langer dan deze 700 jaar loopt nog, dus mogelijk komt er een nieuwe toevoeging op termijn.
De bewoners van weleer zijn nog niet in beeld en worden binnen de huidige gevonden geschriften niet gevonden. En waarschijnlijk zullen we er ook niet achter komen.
Wel is inmiddels bekend dat de Heerinks in deze de naam ontlenen aan deze boerderij. Een oude naam dus. Veel achternamen zijn pas ontstaan aan het begin van de 19e eeuw.
Rond 1400 De mogelijk oudste voorouder wordt gevonden
Zoals in het stuk van 1493 is te lezen lijkt het realistisch aan te nemen dat Aelbert Meyerinck, later Aelbert ten Bruell (Broyll / Bruil) genoemd de oudst bekende bewoner is van de boerderij Heerink. In 1424 neemt hij ook de naam Herinck (Hederi(n)ck) aan. Of het ook daadwerkelijk een voorouder is blijft onduidelijk, aangezien we inmiddels weten dat de achternaam in die tijd niet belangrijk was. Deze veranderde in veel gevallen mee met de verhuizing naar een andere boerderij, of, in het geval van een patroniem (afgeleide van de voornaam van vader) of metroniem (afgeleide van de voornaam van de moeder), naarmate de generaties zich verder ontwikkelden.
Alleen de achternamen van de adel bleef bestaan, en daarmee maakt het het zoeken naar voorouders enigszins wat gemakkelijker. De kinderen van de heren van Hackfort bleven Van Hackfort heten, net als de kinderen van de familie Van der Heijden (in het geval van vererving van het leenrecht van de boerderij Heerink).
1401 Heme Hederinck op Hederinck
Heme Hederinck in deze is een losse voorbijkomende naam. Hij wordt alleen in onderstaand stuk beschreven (1 na laatste regel). Er is geen enkele relatie met welk deel van de stamboom dan ook.

Afb 1 Uitsnede uit het boek “Register van gewapenden in het landdrostambt en scholambt Zutphen (incl. Doesburg en Lochem), 1401”.
In dit stuk gaat het om bewapende mannen die konden dienen in een leger. Het ging dan om ruiters en voetruiters. Heme behoorde in deze tot de groep “voetruiters”. Vermoedelijk was er op dat moment geen paard voorhanden op de boerderij.
Wel is het goed te realiseren dat Heme Hederinck vooralsnog de oudste bewoner is van de boerderij die gevonden is. De verwachting is niet dat hij behoort tot de stamboom, aangezien er vooralsnog wordt aangenomen dat dit Aelbert Meyerinck (Ten Bruil / Herinck) is.
1478 Jutta Herinck in Ruerloe (Ruurlo)
In onderstaande afbeelding is duidelijk te herkennen de naam van Jutta Herinck. Achter haar naam staat de volgende tekst: “niet vertynst sijnt anno LXXVIII” (’78)

Afb 1 Uitsnede uit het boek “Legger van hoofdtijnzen* (tussen 1504-1532), archiefstuk 2495 (blz 31).
In deze uitsnede wordt niet alleen over Jutta Herinck geschreven.
Er wordt 2 regels verder over Oede Herincks geschreven. Achter zijn naam staat: “niet vertynst sijnt anno LXXVII” (’77), een jaar eerder, wat weer niet overeenkomt met de beschrijving van het boek. Onder de naam Oede staat nog alyt bulendocht(er). Het zou dus goed mogelijk kunnen zijn dat Oede en Alyt zijn getrouwt en later de achter beschreven kinderen hebben gekregen: Jan, Luyken en Jutte. En de naam “Luyken” lijkt in deze wel erg interessant. Want, Aelbert Meyerinck, later Aelbert then Bruell geheten, werd aanvullend nog “Luyckenssoon” genoemd. Daarmee zou een connectie bevestigd kunnen zijn.
Verder wordt nog beschreven (tussen Jutta en Oede in) Bernt hillebrantz off hoyer belyt herinxsoon met achter zijn naam de tekst: “… ao(anno) LXXVIIII niet ve(r)tijnt synten / … LXXXIX (’89). Voor zijn naam staat nog de tekst: “Mortua ao XVJ (1516) In de kerspell van Lochem belenedich”.
Waar eerst de gedachte was dat het gegeven dat Bernt een belyt Herinxsoon was zou kunnen duiden dat Jutta hem heeft “geadopteerd”, bleek dit een totaal andere betekenis te hebben. Bernt Hillebrantz (Bernt, zoon van Hillebrant) off Hoyer (mogelijk van een stuk land of goed geheten “Hoyer”) werd in deze context geborgd (belyt) door een zoon van Herinx. Herinx kan zowel een voor- als achternaam zijn in deze tijd, dus dat blijft enigszins onduidelijk. Gevoegelijk wordt aangenomen dat het hier om een achternaam gaat.
In de een na laatste regel treft men nog, zij het vaag, mogelijk de naam van ene Jan Herinck aan (achter de naam ‘Selle oer dochter’). Bij Jan staat achter zijn naam geschreven “tachterloe to Ruerlo”. Tachterloe is een boerderij in Ruurlo die bekend staat onder de naam (namen) “Achterloo” of “Hiddink”.
Het boek werd door de jaren heen dus regelmatig bijgewerkt, getuige de verschillende aantekeningen in verschillende jaren.
Maar hoe liggen nu de verhoudingen binnen de Heerink-lijn?
Omdat Jutta genoemd wordt bovenaan de pagina, zonder vernoeming van een man, doet sterk vermoeden dat haar man reeds in voorgaande jaren is komen te overlijden. Omdat zij mogelijk erfrechten heeft (of ‘getuchtet’ is zoals dat in die tijd werd genoemd) kan zij blijven wonen op de boerderij.
Wat ook niet geheel duidelijk wordt op deze bladzijde is of Jutta wel of geen kinderen heeft. Bij veel andere namen staan er vermeldde personen onder de ‘hoofdpersoon’ en erbij vermeld dat een persoon een zoon of dochter is of een broer of zus. Dat is hier niet het geval.
Als de namen nog wat nader bekeken worden ziet men “Oede Herincks”. Die ‘s’ zou kunnen doen vermoeden dat het om een kind van Herinck gaat.
Bij Bernt Hillebrandz ligt het dan net weer anders. Dit mede doordat de achternaam van Bernt ‘Hillebrandz’ is. De toevoeging “off Hoyer” kan dan weer duiden op de oudere familielijn waartoe hij behoorde.
Al met al is het lastig te duiden of Jutta met Oede en eventueel Bernt daadwerkelijk tot de Herincklijn behoren. Wel is duidelijk, en dat zal later ook blijken, dat er een redelijk sterk verwantschap is tussen de Heerinks en Ruurlo.
Gelet op de periode waarin hetgeen in de afbeelding hierboven is beschreven, zou het goed kunnen dat Jutta een dochter of zus was van Aelbert.
Oede lijkt wel degelijk een familiaire relatie met Aelbert te hebben.
Dit alles in een mogelijke verhouding plaatsend zou het dus kunnen dat Aelbert en Jutta broer en zus zijn en Oede de zoon van Jutta. Maar vastgesteld bewijs is er (nog) niet van.
Ook is het niet ondenkbaar dat de Heerinks in vroegere jaren zijn uitgevlogen naar andere streken/plaatsen.
Vooralsnog wordt vastgehouden aan het gegeven dat haar achternaam Herinck is en zij daarmee verbonden is aan de Herincklijn.
1493 Thonys Herinck verkoopt de boerderij Herinck
Dit op zich is geen hoogstaand feit. Ook niet dat hij het verkoopt aan Andries van Holthuijssen.
Het bijzondere aan dit verhaal is, en daar zal niet snel een antwoord op komen, is de vraag waar komt Aelbert Herinck vandaan? Woonde hij al op de boerderij? Of zou het dan toch…
We gaan iets verder terug in de tijd. Naar 1422 om precies te zijn. Aelbert Meyerinck (geheten then Bruell Luyckenssoen) ontvangt dan het goed Then Bruell als leengoed. Om welke exacte reden zal niet meer duidelijk worden, maar hij wenst dit goed niet te behouden en stelt een ruil voor met Steven van Kervenheim om het goed Then Bruell (Bruil) te ruilen tegen het goed Hederinck (Heerink). Steven gaat hiermee akkoord en dit voorstel wordt bij de Graaf van Zutphen voorgelegd en deze geeft er zijn zege over. Schriftelijk wordt een en ander bevestigd en vanaf dan (1422) geldt A(e)lbert Meyerinck (then Bruell Luyckenssoen) als de eigenaar van Hederinck.
Meyerinck als goed bestaat dan nog wel. Op de website van Oud Hengelo (www.oudhengelo.nl) wordt het beschreven als de voorloper van “Het Kervel”. En het goed Meyerinck behoort in die tijd tot het goed Then Bruell. Evengoed behoort het goed Hederinck dan ook tot het goed Then Bruell. Dus daar kan Aelbert niet gaan wonen en verdere beleningen aan Aelbert then Bruell Luyckenssoen worden niet gevonden. Daarmee heeft het er dus alle schijn van dat Aelbert zelf op het goed Hederinck gaat wonen. Zou hij daarmee de achternaam Hederinck (later Herinck) hebben meegekregen?
In latere beschrijvingen van lenen wordt door de Stadhouder (die meestal de huld en eed afnam in het bijzijn van de mannen van leen) nog wel steeds de achternaam then Bruell (Broyll of Bruil) gebruikt. Maar deze naam komen we verder niet meer tegen in de (lokale) boeken.
Daarbij komt dat de achternaam, behoudens die van de adel, niet als belangrijk werd geacht en veranderde na het verhuizen naar een andere boerderij. Later in de stamboom zullen dergelijke situaties ook nog voorkomen.
Met enige aan waarheid grenzende waarschijnlijkheid is Aelbert Meyerinck met de belening van het goed Then Bruell Aelbert then Bruell gaan heten en na het ruilen tegen Hederinck Aelbert Hederinck (later Herinck).
Als we deze informatie aanhouden, dan kan gesteld worden dat wanneer hij daadwerkelijk de oudst bekende voorouder is, hij geboren zal zijn rond 1415-1420. Indien zou blijken dat hij een zoon heeft gekregen die wederom Aelbert genoemd is, dan zou Aelbert Sr. mogelijk zelfs voor 1400 geboren kunnen zijn. Tot dusver is hierover geen verdere informatie te vinden.
Een ander gegeven is het feit dat de zoon van Aelbert Thonys heet. Deze voornaam komt later nog eens terug in de stamboom van de Heerinks. Ook dit sterkt de gedachte dat Aelbert en Thonys beiden verre voorouders zouden kunnen zijn van de Heerinks.
1534 Henrich Heerinck te Ruerloe





Afb 2 Uitsnede uit het boek “Register van horige goederen te Ruurlo, Zelhem, Hengelo en Almen (1534), archiefnummer 2498”. Aangelegd door Zweder van Kervenheim (blz 4).
Het bovenstaande heeft betrekking op een horig goed te Ruurlo, het goed Langeberg. In dit stuk wordt uitvoerig gesproken over de bewoners van dit goed en wie waarheen is vertrokken. Dit om inzichtelijk te krijgen wie waar belasting moest betalen.
Het stuk dat relevant is voor de Heerincklijn is de 3e alinea. Daarin staat het volgende beschreven:
It(em) Johan ten Langenberch hefft gehadt twe suste(re)n die doet synt Engele en Willem Slachare genant Wybbe gehilict an ene(n) man genant Willem Kruckerynck desse is oick doet end(e) h(eff)t naegelaiten ene dochter genant ffenne gehilict an Henrick Heerinck desse ffenne hefft IIIJ (4) kinde(re)n
Helaas staat er niet bij waar zij op dat moment verblijven (wonen). Van alle andere beschreven personen wordt aangegeven waar zij op het moment van schrijven wonen. Een in Deventer, een ander heeft in Lochem gewoont maar is overleden en weer een ander woont in Hollant. Dit alles beschouwende kan aangenomen worden dat Ffenne Kruckerynck (kleindochter van Johan ten Langenberch) samen met Henrick Heerinck op het goed Langenberch zijn blijven (komen te) wonen.
Een verhaal dat mag groeien
Sommige antwoorden zijn misschien al bekend. Andere vragen moeten nog worden uitgezocht. Juist dat maakt deze website waardevol: het verhaal hoeft niet in één keer af te zijn, maar kan groeien zodra er nieuwe informatie, foto’s of herinneringen boven water komen.
Heeft u aanvullende informatie over de Heerink-boerderij, de naam Heerink, de familie Heerink of de omgeving? Dan is die van harte welkom. Ook kleine aanvullingen kunnen helpen om 700 jaar geschiedenis beter zichtbaar te maken.
