De Heerink-boerderij is een plek met een lange geschiedenis.
We gaan een paar jaar terug. Om precies te zijn: 700 jaar! De eerste vermelding van de boerderij wordt gedaan in 1326. Tijdens de ‘regeer-periode’ van Reinoud II, graaf van Gelre en Zutphen, is door hem de opdracht gegeven alle leengoederen te noteren en de daarbij behorende leenheren.

Afb. 1: Uitsnede uit het boek (blz 30): “Het oudste leenactenboek van Gelre 1326. Naar het originele handschrift uitgegeven (Haarlem, 1898)”.
Wat staat er precies:
It(em) Henric van Suderoes – helt tguet te Suderoes te Sutphenschen rechte en te dienstmans leene It tguet ten Velde It tguet te groenenvelde te herder en te herings-berents guet dies iaers – te Sutphenschen rechte.
Wanneer je bovenstaande tekst leest zul je niet direct denken dat tguet ‘herings-berents’ de link legt met de huidige boerderij Heerink. Toch wordt dit in latere jaren wel duidelijk.
Ook roept het stukje diverse vragen op: “Wie was Henric van Suderoes?” “Waar woonde hij?” “Hoe zat de structuur van het leenstelsel in elkaar?”.
Voordat er verder gegaan wordt met het beantwoorden van deze vragen, is er ook een conclusie te trekken uit het beschreven stukje.
Als men iets “helt” (behoud) betekend het dat het er al is. Dit bevestigt dat de boerderij Heerink er al even was in 1326! Tot zover is er nog geen andere bevestiging gevonden waaruit te herleiden is hoeveel eerder dat de boederij er al was.
HENRIC VAN SUDEROES
Henric van Suderoes was een adelijke heer die leefde rond 1300. Hij woonde destijds in het landhuis wat nu bekend staat als ‘Suideras’ wat ligt in het plaatsje Vierakker (Gem. Bronckhorst). Het wordt omschreven als een buitenplaats. Over Henric van Suderoes is verder niets terug te vinden.
Het originele huis (de oorspronkelijke bouw) bestaat niet meer en men heeft ook geen bewaarde beelden, tekeningen of andere informatie. Wel weet men dat het bestaande huis is gebouwd eind 19e eeuw in opdracht van J.M. Baronnesse van Voorst tot Voorst, douairière (weduwe van een adelijke heer) van A.A.J.C. baron van der Heijden. Op Wikipedia is hierover meer informatie te vinden: https://nl.wikipedia.org/wiki/%27t_Suideras

Afb.2 Huis ’t Suideras te Vierakker waar Henric van Suderoes destijds leefde (Bron: Wikipedia)
HET LEENSTELSEL
Het ontstaan van het leenstelsel gaat ver terug de tijd in. De oorsprong ligt rond de 6e-7e eeuw na Chr. Tot die tijd heersten de Romeinen over grote delen van (Noord-West) Europa en werd alles bestuurt vanuit Rome door de keizer.
Door het verdrijven van de Romeinen konden de ‘huidige’ bewoners van de gebieden, de Saksen en Franken (Germanen), steeds meer grond tot eigendom verwerven en daarmee hun eigen legers opbouwen en hun aanzien naar de bevolking vergroten. Door de aanwinst van deze nieuwe gronden werd het ook steeds minder overzichtelijk om het grondgebied te besturen. Om dit toch te kunnen realiseren gaf de koning zijn gronden in bruikleen bij verschillende adellijke mannen (de Leenmannen of Vazallen genoemd). Daarmee werd hijzelf de leenheer. De basis voor het leenstelsel is daarmee gelegd. We kennen dit systeem als ‘het feodale leenstelsel’. Maar eigenlijk klopt deze naam niet, want feodaal komt van het Latijnse: Feudum, hetgeen ‘leen’ betekend. Het is dus beter te spreken van ‘het leenstelsel’ of ‘Feodalisme’.
Sommige leenmannen verwierven op deze wijze zoveel gronden in bruikleen dat ook zij behoefte voelden om het beter en overzichtelijker te houden. Zij werden daardoor op hun beurt ook een leenheer door stukken grond welke tot hun gebeid behoorden in bruikleen te geven bij lagere adellijken of zelfs ridders. In enkele gevallen ging dit in de samenleving nog weer verder door en werd de boer op de boerderij de leenman. Maar veelal bleef het erbij dat de boer op de boerderij de pachter bleef.
Het in bruikleen geven of nemen bracht ook de nodige verplichtingen met zich mee. De leenheer bood de leenman of vazal bescherming, wapens, rechtspraak en bestaansrecht (vruchtgebruik van het land) terwijl de leenman of vazal op zijn beurt weer trouw, militaire steun, grondbewerking en accijnzen en belastingen in wederdienst gaf. Op deze wijze had een ieder zijn rol in de samenleving.
Algemeen wordt beschreven dat dit systeem tot rond 1500 is blijven bestaan. Daarna raakte het door bestuurs-versplintering meer en meer (in Europa) in onbruik. In Nederland eindigde het feodalisme met de komst van de Fransen rond 1800. Zij waren groot voorstander van andere bestuurlijke vormen en probeerden het feodalisme te stoppen.
BOERDERIJ HEERINK TEN TIJDE VAN HET FEODALISME
Zoals hiervoor beschreven is de eerste belening van de boerderij Heerink geregistreerd in 1326. De toenmalige leenheer Henric van Suderoes behield de boerderij in leen tot 1378 toen het over ging naar Evert van Zelle. Nadien zijn nog vele leenheren ‘eigenaar’ geweest van de boerderij.
Vooral in de beginperiode van beschrijven werd de boerderij beleend. Later werd ook veelal in de oude boeken beschreven dat de boerderij gepacht werd. Inhoudelijk lijkt daarmee niet veel veranderd ten opzichte van het feodalisme, echter is er bij voor te stellen dat het minder omvangrijk is.
Boerderijen kwamen niet zondermeer in aanmerking voor het leenstelsel. De meest voorkomende redenen om een boerderij toe te voegen aan het leenstelsel waren:
- Strategische of economische redenen
1a De oudste boerderij(en)
1b De grootste boerderij(en)
1c De meest productieve boerderij(en) - Als beloning (voor militaire of bestuurlijke diensten)
Bij gebrek aan geld was het belenen van een boerderij een goed betaalmiddel - Ruil of overdracht ten tijde van onveiligheid
Een vrije boer kon met het afstaan van de boerderij zijn veiligheid door steun van de leenheer beter waarborgen. Door de boerderij te verkopen of af te staan aan de leenheer verkreeg de boer deze terug in bruikleen en kreeg daarmee bescherming van de leenheer - Splitsing in achterleen
Doordat het grondgebied van de vorsten en edelen vaak te groot werd zochten zij lagere edelen of ridders voor ‘achterleen’ (een volgende laag in de hiërarchie). Zo werden vaak boerderijen aangewezen om beleend te worden als vergoeding.
Bronnen: www.heemkundemarkelo.nl / www.mijngelderland.nl / www.canonvannederland.nl
Om een beeld te krijgen van wat mogelijk de reden is geweest om de boerderij Heerink toe te voegen aan het leenstelsel zijn enkele gegevens van belang:
- Het moment waarop deze belening plaatsvond
De eerste notitie van belening vind plaats in 1326. Belangrijkste gebeurtenis in die tijd was de wettelijke machtsoverdracht van Reinoud I (bijgenaamd: de Strijdbare) aan Reinoud II als gevolg van het overlijden van Reinoud I. De fysieke machtsoverdracht had al eerder plaatsgevonden aangezien Reinoud I al langere tijd niet meer mentaal in staat was het Graafschap te besturen - De positie van de boerderij in relatie tot het gebied waartoe het behoort
Daarvoor moeten we eerst een lijst maken met boerderijen die in 1326 voor het eerst (of reeds) werden genoemd in de leenakten. Het gaat in dat jaar (die periode) om de volgende landhuizen / boerderijen:
Het Zelle (1277)
Het Meenink (1326)
Het Bakhuis (1188)
Groot Bruinderink (behorende tot Averenck) 1302
Reesink (1313)
(Groot) Regelink (1313)
Enzerink (1315)
Heerink (1326)
Memelink (1326)
Bron: www.oudhengelo.nl
De eerste 2 genoemden waren landhuizen (blauwe stip), huizen gebruikt door de adelijken. De andere 7 (rode stip), waaronder Heerink, waren boerderijen. Deze boerderijen liggen redelijk verspreid over Hengelo.
- Afb 3. Historische kaart van de gemeente Hengelo met daarin specifiek aangegeven de 7 boerderijen die tot en met 1326 al beleend werden. (Bron: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl)
Boerderijen van voor 1326 werden niet in beleningsakten genoemd, aangezien deze in die tijd nog niet waren opgesteld. Eerder genoemde boerderijen zouden dan benoemd (kunnen) worden in oudere geschriften die later door o.a. B.H. Sligher van Bath zijn gebundeld en uitgegeven in het boek “Mensch en land in de middeleeuwen”. - De situatie in het gebied ten tijde van de belening
Hiermee wordt bedoeld of er bedreigingen waren, zware perioden of andere mogelijke redenen om het vrije boer-zijn op te geven.
Vooral de eerste 2 aspecten waren volop aanwezig. Er waren veel bedreigingen vanuit naburige Graafschappen, alsook zware tijden als gevolg van deze bedreigingen.
Rond 1300, in 1288 om precies te zijn, heeft de graaf van Gelre en Zutphen, Reinoud I, een poging gedaan om het hertogdom Limburg te veroveren. Echter is dit mislukt en is hij verpletterend verslagen door de hertog van Brabant. Tijdens deze oorlog is hij gevangen genomen en pas weer op vrije voeten gesteld na het betalen van een enorm losgeld. Het graafschap was als gevolg van deze oorlog nagenoeg bankroet en er moest weer opgebouwd worden. Als gevolg hiervan moest Reinoud I grote delen van zijn grondgebied en rechtspraak verpanden aan zijn buurman, de graaf van Vlaanderen.
Voor de stad Zutphen was dit opbouwen, kort na de verloren oorlog, allerminst het probleem. Door de opkomst van Zutphen als Hanzestad werd het mogelijk om Zutphen, en later ook de omliggende gebieden, weer volledig op te bouwen. Zutphen controleerde door haar uitstekende ligging aan de IJssel en de Berkel de handel met Engeland, de Oostzee en het Duitse achterland. Inkomsten als gevolg hiervan waren destijds gegarandeerd.
Ook was het mogelijk grote stukken grond te verkopen aan groepen boeren en/of ondernemers die het land begonnen te ontginnen voor het bedrijven van landbouw. Deze ontginning heette destijd de “Cope”.
Bronnen: www.graafschap-middeleeuwen.nl / www.stadsgidsenzutphen.nl / www.mijngelderland.nl / www.canonvannederland.nl - Overige van belang kunnen zijnde oorzaken
Kort voor het aanstellen van graaf Reinoud II waren er behalve de verloren oorlog en economische malaise geen noemenswaardige grote problemen. Toch wordt er 1 punt aangegeven wat mogelijk van invloed geweest kan zijn op het besluit de boerderij als vrije-boer op te geven en in het leenstelsel te verkrijgen: de Grote Hongersnood van 1315-1317. Door de enorme regenval in die jaren waren oogsten mislukt en raakte de bevolking sterk ondervoed en verzwakte.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Hongersnood_van_1315-1317
Met bovenstaande gegevens zou een betere inschatting gemaakt kunnen worden over wanneer de boerderij Heerink werd toegevoegd aan het leenstelsel.
De verwachting dat de Grote Hongersnood heeft bijgedragen aan het opgeven van het vrije-boer zijn lijkt niet aannemelijk. Ondanks de langere periode waarover dit gebeurde (3 voorjaren, waarbij 1317 al een beter jaar was) lijkt het niet dat dit afweegt tegen het opgeven van een vrijheid.
Wat wel een zeer mogelijke reden geweest kan zijn is de oorlog die Reinoud I wenste te voeren tegen het hertogdom Limburg. Reinoud had voor deze exercitie een leger nodig. Deze legers bestonden destijds uit ridders, maar ook uit burgers en boeren wier boerderij tot het leenstelsel behoorde. Je hoorde dan trouw te zijn aan de graaf en waar nodig bij te dragen aan oorlogen.
Maar dit kan 2 kanten op gaan. De graaf heeft vóór de oorlog de boerderij toegevoegd aan zijn grondgebied of nadien. Dit is afhankelijk van de grootte van het leger dat hij beschikbaar had. Was dit groot genoeg, dan zou het mogelijk ná de oorlog geweest kunnen zijn, omdat het graafschap in behoorlijk zwaar weer terecht was gekomen en economisch balanceerde tussen voortbestaan en bankroet.
De verwachting dat de wettelijke overdracht van de macht van Reinoud II de reden is geweest voor het toevoegen aan het leenstelsel van de boerderij Heerink lijkt niet te passen. Toch kan het zijn dat Reinoud II meer controle wilde in wat nu gekend wordt als de Achterhoek. Maar voor die tijd was de Achterhoek geen ‘dicht’ bevolkt gebied, dus niet echt aantrekkelijk.
Voor alsnog lijkt het aannemelijk te concluderen dat de boerderij ‘al’ bestaan moet hebben rond 1288.
De boerderij Herinck was geen “vrije” boerderij. Ze vielen onder het leenstelsel (hofstelsel) en de pachters van de boerderij waren zogeheten “horige”* boeren.
*Een horige was een halfvrije boer in de middeleeuwen die gebonden was aan de grond van een adellijke heer. Horigheid maakte deel uit van het hofstelsel, een sociaaleconomisch systeem waarin boeren bescherming zochten bij een landheer in ruil voor arbeid en opbrengsten.
Bron: https://historiek.net/horigen-horigheid-lijfeigenschap-betekenis/128695/
