Pondschattingen vanaf 1625

De navolgende pondschattingen vanaf 1625 geven een beeld van hoe de familie zich uitbreidde over het platteland van Hengelo.

Pondschatting van Willhem Herinck 1649-1650

Afb 1 (3 delen) Uitsnede uit: De verpondingskohieren, registers met taxaties van belastbaar onroerend goed, 1649-1650, specifiek het landdrostambt Zutphen, waaronder de Richterambten Steenderen, Hengelo en Zelhem vielen.

Transcriptie:

Cleijn Lenderinck
Den Erffgenaemen van
Lambert Lenderinck too
behoorende, pachter Wil=
lhem Heerinck hyr op een
huysken, den hoff groot
3/16 morgen, het bouwlant
11/32 morgen, bouwt op die
swaere garve
8- 0 -0
2/3 en 1/2 pontsch – 4-19-0
Item 1/2 morgen, off
3/8 koeweijdens, alles
volgens die handt van die
Landtmeeter Lindt.
Geeftt van huijs hoff en
weijdeken 8 dk
12 – 0 – 0
Met vuige heijsters
heijsters
24 – 19 – 0 + 23gl – 0 – 0
Een stucksken Landts
uijt Beijerinck op den
Borrich Camp gelegen, Be=
nevens Lenderincks Erff,
23 – 0 – 0
Erffgenaemen toobe=
hoerende, pachter Wil=
lhem Heerinck, groet 4 Sche=
pel sait, bouwt op den
swaeren garve.
8 – 17 – 8 – 8 – 12 – 6
Item een weijdeken ant
heckbleck, beneven die
Reiffeler horst, Hendrick
Ten Tiller vader den sijns
toobehoerende, pachter
Willem Heerinck, groet een
kalffweijdens geefft
toe pacht 2 dk
3 – 0 – 0 – 3 – 0 – 0

Willhem (Willem bij de doop) pacht een aanzienlijk stuk van de erfgenamen van Lenderinck. Dit komt niet uit het niets. Willem trouwt met Marie Lenderinck. Deze gegevens zijn in de stamboom terug te vinden.

Afb 2 (2 delen) (blz 284) Uit hetzelfde boek.

Transcriptie:
Het weesen landt.
Den weesen binnen Zut=
phen toebehoerende, groet
2 molder saet, wort bij
Willhem Heerinck en Henrick
Antinck , elcks voor die helf=
te gebouwt , gevende dair
van vieff molder saet, als
daer op rusten iaerlix
24 – 8 – 8 + 24 – 8 – 6

Afb 3 (2 delen) (blz 288) Idem, uit hetzelfde boek.

Transcriptie:
Voegelinck Landt, soe die
Armen tot Dottinckhem in
pandtschap hebben, en uijt
voegelinck versat, Berent
Lenderinck onmundich toebe=
hoerende, groet 3 mld (molder) saet
wort bij Willem Heerinck,
en Gerrit van Vreden op die
swaere garve gebouwt
Is beswaert met 3 schepele
Tentroggen 1 schepel …=
… doesborchse maete en
2 schepel marquerinck, wort
bij den bouwluijdes voor 2/3 en
die pandthelders 1/3 betaelt
die beswaernisse affgetoogen
blijven
– 25 – 9 – 0
29 – 13 – 0 | 29 – 13 – 0

Afb 4 (2 delen) (blz 289-290) Uit hetzelfde boek.

Transcriptie:
Heerinck
Die Jofferen van Kerven=
heym toebehoerende , als
bouwman Berent genoemt
met huijs & hoff , die ….
——————
in twee ………….. beijde
groet 1 schepel saet
T andere bouwlant 7 7/32 mor
gen , off 12 1/2 molder, bout
… op die sweare garve
iii – 1 – 0
Aen weijdelant 2 1/4 koe
weijdens geefft van huijs
& hoff met het weijdelant
12 dk
18 – 0 – 0
noch 2 pachtwerker 0 ..
.. dk daer voor
6 – 0 – 0
die draegen de Eijgenae=
ren die pontschattinge
hyr syn enige opgaende eic-
ken boemen ——— boemen
——————-
135 – 1 – 6 + 129 – 5 – 5

Pondschattingen van Berent Herinck (1649-1650)

Afb 5 (blz 287) Uit het zelfde boek.

Transcriptie:
Noch een weijdeken uijt
voegelinck den voorts Gel=
tinck toobehoerende(n) groet
1/2 dach meijens , pachter
Berent Heerinck geefft
4dk onvrijgelt
6 – 0 – 0 – 6 – 0 – 0

Afb 6 Idem, uit hetzelfde boek.

Transcriptie:
Berendt Herincks hoff
hem selver toebehoerender,
pachter Herman Henricksen ,
hijr op een hutte , groet met
den hoff & seijlandt 2 sche=
pel saet geefft toe pacht
8.dk vrijgelt
12 – 0 – 0
2/3 & 1/2 pondtschat 0 – 14 – 0
————- 11 – 13 – 7

Afb 7 (blz 325) Uit hetzelfde boek.

Transcriptie:
Grubben Hoffstede
Henrick Geltinck & Berent
Herinck, met den havren
toebehoerende, die pachter Ste=
ven genoemt, hijr op een huijs=
ken, met den hoff, groot 3 spuit
geeftt toe pacht 8dk vrijgelt.
12 – 0 – 0
2/3 en 1/2 pontschat 2 – 0 – 10
                               ——————————–
                                   14 – 0 – 10 – 12 – 8 – 5

Pondschattingen van Tonnis Herinck

Afb 8 (blz 291) Uit hetzelfde boek.

Transcriptie:
Tonnis Herincks hoff
hem selven toobehoerende
pachter Jan Hendricksen,
hier op een huijsfrou met een
joff, groet ½ schepel
saet, geeftt van huijs en
hoff 6dk vrijgelt.

9—-0—-0
Pontschat 0—-14—-0
Aen bouwlant 3 1/2 sche=
pels, bouwt op die swaere
garve

7 – 15 – 0
————-
17 – 9 – 0 + 16 – 1 – 0

Afb 9 (3 delen) (blz 303/304) Uit hetzelfde boek.

Transcriptie:
Kleijne Jebbink
De Jofferen van Kar=
venhem & frans Verste=
ghe elcks voer die helfte
to toebehoerende , den bou(w)=
man Tonnis genoempt
met huijs & hofken, den hoff
groot 1/2 schepell

t andere bouwlant 4 1/2
molder, doesborchsche mae=
——————–
te, bouwt op die swaere
garve
– 49 – 1 – 8

Item 2 koeweijdens,
geefft den huijs hoff
& weijdelant 8 dk
12 – 0 – 0
& 2 paer hoenderen on=
vrijgelt

hijr sijn eenige opgaen=
de eicken boemen —— eicken boemen
61 – 1 – 6 + 56 – 3 – 8

Noch 3. schepel saet in
den Hengelschen Enck, aen
den Nijen Camp gelegen ,
Joffren Joanna van Car=
venhem toebehoerende,
bouwman Tonnis op klei=
ne Jebbinck, geefft die
swaere garve
6 – 13 – 0 – 6 -13 – 0

Tonnis, de bouwman op Kleijne Jebbinck, is zeer waarschijnlijk Tonnis Herinck die tot zeker moment op Herinck woonde. Vermoedelijk heeft zijn zoon Berent aldaar het werk overgenomen en is Tonnis naar Kleijn Jebbinck vertrokken. Later komt zijn andere zoon Willem daar te wonen.